Het zal sommige mensen worst wezen: meisje van dertig werkt in de campagne van Barack Obama. So what? En dan werkt ze niet eens als zodanig in de campagne van Obama, als wel voor de Democratic National Committee, het landelijk hoofdkantoor van de Democratische partijen in de Verenigde Staten. Dus wat stelt dat dan helemaal voor? Na het lezen van Van Rotterdam naar het Witte Huis kan ik niet anders concluderen dan dat het best wel wat voorstelt.
Misschien dat er wel eens een verdwaalde Brit in een campagne van een presidentskandidaat heeft meegelopen, maar doorgaans staan er zoveel Amerikaanse politieke junkies in de rij om voor een campagne te werken, dat een buitenlander daar nul op het rekest krijgt. En dan bedoel ik werken op de politieke of strategische afdeling, want voor vrijwilligerswerk door het land (telefoonteam, canvassing, enveloppen dichtplakken) nemen de kandidaten iedereen aan, dus ook Nederlanders die het gevoel willen hebben dat ze bijgedragen aan de Amerikaanse verkiezingen. Het is waar ik terecht zou komen, ware het niet dat ik geen telefoneerder ben en al helemaal nergens durf aan te bellen. En om postzegels te plakken voor kandidaat X voel ik me om een of andere reden te goed. Al zou ik het best efficiënt kunnen.
Maar Kirsten Verdel was niet van plan om te folderen. Zij had zich in Rotterdam al ingespannen om de PvdA weer op peil te krijgen in de gemeenteraad, ze werkte aan landelijke en provinciale verkiezingscampagnes en als zij naar het buitenland ging, dan werd er geen vakantie gevoerd, maar gingen de armen uit de mouwen.
De Canadese beurs die zij kreeg was leuk, maar vlak over de grens met Canada vond de grootste verkiezingscampagne op aarde plaats, dus het kon niet zo zijn dat Verdel daar geen kijkje ging nemen. Het handen schudden van de juiste persoon bleek genoeg om aan de slag te kunnen op het hoofdkwartier van de DNC en daarmee kreeg ze een rol in het team dat voor de partij verantwoordelijk was voor opposition research en rapid response.
Als Barack Obama iets perfect heeft gedaan, dan is het wel het leren van de fouten van al zijn voorgangers. De swift boat veterans mochten John Kerry in 2004 wekenlang besmeuren voordat hij op de aantijgingen reageerde. Vier jaar later gebeurde dat niet meer. En er werd in 2008 door niemand binnen de Democratische partij meer afgeweken van de boodschap. Obama haalde geld binnen als geen kandidaat ooit had gedaan en hij wist alles uit internet te halen wat er in zat. Even ter verdediging van Kerry: vier jaar geleden was er gewoonweg niet uit internet te halen wat er in 2008 in zat. En Obama werkte optimaal samen met de DNC, vandaar dat werken bij de landelijke Democraten je toch echt een plek in het epicentrum van de campagne kan bezorgen. Het verhaal vanuit die campagne is de kern van Van Rotterdam naar het Witte Huis. Waar journalisten uit Nederland onvermijdelijk niet anders kunnen melden dan dat zij in de verkiezings-food chain in Amerika helemaal onderaan staan, daar heeft Verdel kaartjes voor de ereloge, bij wijze van spreken (zelfs bij de Republikeinse conventie, al onthult ze niet de leverancier van haar credentials daar. Jammer: ben nu enorm nieuwsgierig geworden).
En dat andere perspectief maakt dit boek zo’n mooie aanvulling op een boek als dat van NOVA-correspondent Willem Lust, die vooral een beeld schetst van een journalist uit Nederland die noodgedwongen op eerbiedwaardige afstand moet blijven van de verkiezingskaravaan.
Het kijkje in de keuken is voor verkiezingswatchers onweerstaanbaar, al zullen zij juist wat feiten betreft niet veel nieuws lezen. Want de campagne van Obama viel juist op door eenduidigheid en transparantie. De beweegredenen van de campagne voor elke uitspraak en elk verkiezingsspotje waren zelfs vanuit Nederland vrij eenvoudig te duiden. Obama’s boodschap tijdens de Democratische conventie in 2004, toen hij voor het eerst landelijke bekendheid kreeg, week niet af van de boodschap die hij elke dag zijn fans voorhield tijdens de campagne van 2008. De meerwaarde van het boek zit dus vooral in de positie van waaruit Verdel het boek kon schrijven.
Wat ook, tenslotte, verfrissend is: Verdel kan lekker partijdig zijn in dit boek. Je gaat namelijk geen Democratische kandidaat helpen als je je niet tot zijn gedachtengoed aangetrokken voelt. Journalisten doen in hun post-verkiezingsboeken altijd hun best om te enerzijdsen en anderszijdsen, daarvan heeft Verdel geen last. Obama is goed, McCain is slecht, of in ieder geval slecht geworden en gevangen in een slechte campagne. Want wat iedereen vaak vergeet is dat McCain jarenlang met enig recht de hemel in is geprezen door journalisten en commentatoren. Niet omdat hij er linkse sympathieën op nahield, zoals critici soms menen, maar omdat hij ethische rechtlijnigheid tentoonspreidde in zijn werk als Senator, streefde naar een puurder politiek proces, zonder invloed van belangen met diepe zakken. Dat uitgangspunt beleed hij deze campagne wel met de mond, maar niet meer met zijn hart. Dat daar bij voortduring op gewezen werd en op werd afgerekend, is niet meer dan logisch. McCain was zichzelf niet in deze verkiezingen.
Dat maakte ook voor Verdel de race overzichtelijk: haar kandidaat behield zijn geloofwaardigheid, pareerde effectief de aanvallen van zijn opponent (net zoals McCain met een zelfde hoeveelheid negatieve spotjes. Obama haalde alleen zo godsgruwelijk veel geld op deze verkiezingscyclus, dat hij geld genoeg had om voor elk negatief spotje ook een positieve te laten maken. Een luxe positie) en wist zo de verkiezingen te winnen. In dit boek daarvan een verslag van binnenuit, in sneltreinvaart geschreven en te lezen.
p.s. Veel foto’s van Kirsten Verdel met onder andere de Obama’s, Howard Dean, Robert Kennedy Jr., de zoon van haar held Robert F. Kennedy en het team van The Daily Show. Ik was vooral jaloers op de foto samen met Richard Schiff, Toby Ziegler in The West Wing. Maar over die ontmoeting schreef ze helaas niets.
0 responses so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.
Leave a Comment