Sommige lobbyisten hebben makkelijker toegang tot het Witte huis dan anderen. Beste voorbeeld is Grover Norquist, baas van de stichting Americans for Tax Reform, een conservatieve anti-belasting-lobbyist/activist. Daar waar de meeste aardbewoners maximaal een keer in hun leven het Witte Huis van binnen zien, daar mocht Norquist tussen 2001 en 2006 maar liefst minimaal 97 keer langs komen. Zes keer van die 97 ontmoette hij ook de president.
De cijfers komen uit de gegevens die Citizens for Responsibility and Ethics (en de Democratische partij) in een WOB-procedure had opgeëist. Maar zij zeggen dat Norquist nog vaker dan die al bijna honderd keer is langs geweest op het Witte Huis. Uit onderhandelingen met de Secret Service voor een schikking in de rechtszaak bleek dat Norquist minstens 155 keer het Witte Huis had bezocht.
De actiegroep wilde te weten komen hoe vaak en wanneer types als Norquist, maar ook Ralph Reed en Jack Abramoff (die is veroordeeld wegens fraude) in het Witte Huis langs waren geweest. Reed kwam in dezelfde periode overigens ook regelmatig over de vloer: minstens 49 keer, waarvan twee keer een afspraak met Bush. Reed en Norquist tellen eigenlijk niet als lobbyist, omdat ze lobbyen voor gedachtengoed en niet voor economische voordelen of aangepaste wetgeving ten gunste van bedrijven. Vandaar dat zij makkelijker toegang hebben. Het vermoeden is overigens dat Abramoff het Witte Huis meekwam in de slipstream van Norquist en Reed. De verwatering van de scheidslijn activist-lobbyist lijkt daarmee te verwateren.
Altijd welkom in Witte Huis
September 28th, 2006 · No Comments
Tags: Amerikaanse verkiezingen · Politiek · USA