Ondanks het stemmentelgedoe in Florida in 2000 (daar zal een deel van de Amerikanen wel nooit vrede mee hebben) en de omstreden komst van stemcomputers in de jaren daarna, is nog steeds niet de rust weergekeerd rond de Amerikaanse verkiezingen.
De midtermverkiezingen zijn nog geen negen maanden weg maar de standaarden die gezet zijn door de verkiezingsherzieningswet van 2002 worden nog niet in alle staten gehaald.
Het grootste probleem voor de meeste staten is de noodzaak van uitdraaien van elke stem per stemcomputer, gevolgd door de vraag of voorwaarden voor identificatie die sommige staten stellen aan het stemmen wel wettig zijn.
Op 1 januari van dit jaar was de deadline gesteld in de Help America Vote Act, en die werd dus niet overal gehaald.
Andere problemen:
- Meer dan een derde van de staten heeft niet het verplichte stemhokje per stembureau dat aangepast is voor gehandicapten.
- Kiesregistratiedatabases moeten voldoen aan bepaalde in de wet vastgelegde eisen. Meer dan 20 procent van de staten kan nog niet aan die eisen voldoen.
Wat alle staten inmiddels wel hebben is voorwaardelijke stembiljetten voor kiezers die om een of andere reden niet op de kieslijst van het stembureau voorkomen. Vroeger konden ze dan helemaal niet stemmen, nu wel, althans voorwaardelijk. Als blijkt dat men ten onrechte niet op de lijst stond, dan wordt de voorwaardelijke stem meegeteld.