Nu president Bush een kandidaat voor het Hooggerechtshof heeft voorgedragen die tegen abortus is, is het misschien aardig om vast te stellen dat een drietal vrouwen in de naaste omgeving van de president al in de aanloop naar de verkiezingen bekend hebben gemaakt dat zij vinden dat Roe v. Wade (de rechtszaak uit 1973 die het plegen van abortus legaal maakte) vooral in stand gehouden moet worden. Het gaat om zijn moeder Barbara Bush, die vond dat het anti-abortusstandpunt uit het partijprogramma moest worden gelaten, zijn vrouw Laura Bush (die zich alleen impliciet over het standpunt uitliet) en minister van buitenlandse zaken Condoleezza Rice (die eerder dit jaar aangaf “mildly pro-choice” te zijn).
Bush hoort dagelijks van sociaal conservatieven in zijn omgeving dat hij vooral een rechter moet nomineren die sterk anti-abortus is, maar naar de drie invloedrijke vrouwen in zijn omgeving luistert hij kennelijk niet.