Amerikalog.com

Focus op de Amerikaanse presidentsverkiezingen

Amerikalog.com header image 2

Wachten in Mexico

February 13th, 2005 · No Comments

Het busstation van Oaxaca in Mexico was niet indrukwekkend. Een grote hal met bussen, bankjes, loketten en een enorme gevel van glas. Op de bankjes veel wachtende mensen, waarvan de ene helft inwoners van Oaxaca waren, die keken naar de andere helft die wel ergens heen moest. Het stadje zelf is in ieder geval een stuk interessanter, met de mogelijkheid van een bezoek aan het nabijgelegen Maya ruïnecomplex Monte Alban en de mogelijkheid om op de markt de lokale kaas per strekkende meter te kopen (de kaas ligt opgerold in de stalletjes).

Maar ook mijn reisgenote en ik waren uiteindelijk op Oaxaca uitgekeken. Wij hingen de rugzakken om en wandelden naar het busstation, dat geheel terecht niet bij de bezienswaardigheden in de reisgids stond. Veel te vroeg voor de bus, maar wel met de beste plaatsen, zochten wij een plekje op een van de bankjes in de hal. Tijd om de reisdagboeken bij te werken.
Op een gegeven moment kwam er een Mexicaanse man aanlopen, ergens in de dertig, gekleed in overhemd en spijkerbroek. Alle Mexicaanse mannen liepen er zo bij, daarbij mijn vooroordelen (waarin onder andere een sombrero figureerde) weersprekend.
Hij ging tegenover ons zitten en riep heel joviaal “Hello, my friends!” Mijn reisgenote zei tegen mij: “Als hij weer aan komt zetten met zelf geweven pannenlappen of servetten, zeg maar dat we al voorzien zijn,” en ze schreef weer verder aan haar dagboek. Ze nam die activiteit een stuk serieuzer dan ik. Maar ik had me voorgenomen haar dagboek thuis wel over te typen. Dat bleek achteraf overigens niet door te gaan omdat er naar haar smaak wel heel veel persoonlijke dingen in stonden. Over mij, hoop ik nog steeds.
Ik besloot de man maar een beetje te negeren.
“Are you from Europe?” vroeg de man, die de moed niet meteen opgaf. Ik ben blond, heb blauwe ogen, en was met afstand de langste persoon in het busstation, dus die gok was vrij veilig. Ik antwoordde maar beleefd dat hij dat helemaal goed had. Maar nog was de nieuwsgierigheid van de man niet gesust. Hij frommelde wat in zijn borstzakje terwijl ik mijn pen probeerde op mijn spijkerbroek. De bus ging pas over een uur. De man liet een geplastificeerd pasje met pasfoto zien en maakte zich bekend als politie. Ik stoorde mijn reisgenote nogmaals uit haar schrijffase. Normaal gesproken vind ik het onbeleefd om in het bijzijn van een buitenlander Nederlands te praten, maar voor onze verse politieagent maakte ik graag een uitzondering. Hij vroeg ons of we onze tassen open wilden maken. Daar hadden we niet zoveel zin in. Mijn reisgenote geloofde helemaal niet dat de Mexicaan agent was (“Waar is zijn uniform? Waar is zijn pistool?”) en zo’n pasje kon iedereen op werkelijk elke hoek van de straat maken. Wij vermoedden dat de plastificeerapparaten net waren geïntroduceerd in Mexico, want we zagen ze overal en we troffen alles gelamineerd aan, tot aan de kassabonnetjes toe. Na kort overleg besloten we alleen te gehoorzamen als de Mexicaanse agent in burger kwam aanzetten met vier geüniformeerde collega’s in een politiekever met gillende sirenes en zwaailichten. Hij herhaalde de vraag of wij onze tassen wilden open maken. Wij schudden heftig van nee en in ons beste Engels zeiden we “no.”
Dat hielp hij bleef ons nog even hulpeloos aankijken en liep toen onverrichter zake weg. Wij riepen nog netjes goodbye, je bent ten slotte gast in Mexico, maar daar reageerde hij niet meer op.
De Indiaanse mevrouw tegenover ons, die tien kinderen onder controle hield terwijl ze ook nog een paar Indiaanse ovenwanten in elkaar zette, knikte ons bemoedigend toe. Zij vertrouwde die man ook voor geen peso. De bus vertrok precies op tijd.

Tags: Columns