Het zal vast niet meer bestaan: Gouden Handen in ‘s Heerenberg. En als het nog wel bestaat, dan moet de Kinderbescherming er op afgestuurd worden, want de attractie is schadelijk voor minderjarigen.
Mijn grootouders namen elk jaar hun vier kleinkinderen plus ouders mee naar een of ander attractiepark. In theorie erg leuk. Een bezoek aan de Efteling was geen probleem. Zelfs het sprookjesbos vonden we leuk, maar toegegeven, van een achtbaan hadden ze in die tijd nog niet gehoord in Kaatsheuvel. Meer dan het sprookjesbos was er niet.
Gouden Handen was een kasteel waarin creatieve huisvlijt van oma’s en andere vrouwen met teveel vrije tijd werd tentoongesteld. Daarbij valt te denken aan gemakrameede spreien en gepunnikte kindersokjes. Vast allemaal heel knap, maar om daar nou een tentoonstelling van te maken, en om die tentoonstelling helemaal in ’s Heerenberg weg te stoppen, dat kun je kinderen tussen de zeven en tien niet aandoen. ’s Heerenberg ligt met de trein ongeveer drie dagen van Utrecht, althans, zo beleefden we dat en vooral de terugweg moet voor de ouders en grootouders nog langer hebben geleken. Wat mijn vervelende zusje en even vervelende nichtjes er van vonden weet ik niet, maar ik heb me van mijn beste kant laten zien. Omdat de piramides van papier maché herkenbaar waren als piramide, kon ik in ieder geval nog bewonderend roepen: “Hé, een piramide.” Dat was scoren. Maar na zaal dertig was de spanning er wel af en werd de tot vrolijk gezicht beschilderde piepschuimen bal begroet met: “Wanneer gaan we weer naar huis?” Tot groot verdriet van mijn oma, die zo haar best had gedaan om een leuke en leerzame dag te organiseren. Leerzaam was het, voor oma.
Nu moet ik ruiterlijk toegeven dat er buiten nog van alles te beleven viel voor kinderen. Maar in de geest van het leerzame mochten wij pas naar buiten nadat de tien verdiepingen en zeshonderd zalen vol geboetseerde kikkers en asymmetrische lampenkappen waren doorlopen. De dinosauriërs op ware grootte – OK, groter dan mijn vader, maar wat wisten wij van dino’s lang voordat Jurassic Parc populair werd? – konden beklommen worden, als mijn ouders dat goed gevonden hadden. Kijken en aanraken mocht wel. Spannend! Verder kon je in autootjes rijden die van onderen aan een houten circuit waren vastgemaakt. Je weekt er tegenwoordig geen kind meer van zijn Gameboy voor los, maar mijn jongste nichtje dacht dat ze echt moest sturen. Die heb ik er zo lang mee gepest dat ik er een gekneusde rib aan overhield.
Laat ik, ten slotte, niet de bootjes vergeten. In een soort zwembad lagen plastic gevallen, model speedboot, waar je een gulden in kon stoppen. Dan bewogen ze. Soms zelfs vooruit. Er zat een roer op, maar het leek er meer op dat de bootjes autonoom door het water dobberden en de motorgeluiden kwamen ongetwijfeld van een bandje. Tegen de wind in gingen ze niet.
Persoonlijk vind ik dat we ons, gezien het gebodene, nog heel netjes hebben gedragen. Pas aan het eind van de middag klonk het “Wanneer gaan we weer naar huis?” wat vaker dan opa en oma aan konden, maar het ging wel in koor, in de juiste toonsoort en quadrafonisch. Dat heb ik de Kelly Family nog nooit horen doen. Het was, niet verrassend, de laatste keer dat opa en oma ons op een dagje uit trakteerden.
Losse Handen
January 2nd, 2005 · No Comments
Tags: Columns