- Dag meneer Van Zondervan. Hoe gaat het ermee?
- Wie bent u? Waar is de zuster?
- Meneer Van Zondervan, ik ben de burgemeester van Zultdorp en ik heb goed nieuws voor u!
- Huh?
- U bent de oudste man ter wereld. Honderdtwaalf jaar. Het is wat.
- Ik? Daar weet ik niks van.
- Nou, kijkt u maar: het staat in de krant. Ziet u: ‘De oudste man ter wereld overleden.’
- Maar ik ben helemaal niet overleden.
- Nee, u niet. De oudste man.
- Maar dat ben ik toch?
- Ja, meneer Van Zondervan, nu wel.
- Maar net ook. Dat zegt u net.
- Nee, meneer Van Zondervan. De oudste man ter wereld is overleden en nu bent u de oudste man.
- Ik snap er niks van.
- Geeft niet hoor. Hier, neemt u lekker een stukje taart.
- Als ik nu de oudste man ter wereld ben, wie is die oudste man van dit krantenknipsel dan?
- Dat was de oudste man ter wereld. Het chocolade blaadje erbij?
- Ja, maar de oudste man ter wereld is niet overleden. Die zit hier. Dat ben ik. Dat zegt u net zelf. Dat krantenknipsel klopt niet, burgermans. Zit us daar even een beetje de oudste man ter wereld voor de gek te houden. Ik ben niet van gis…
- Zuster? Heeft u hier misschien een andere oudste man ter wereld zitten? Deze is me veel te bij de tijd. Een seniele dove zou heel handig zijn. Dank u.
De oudste man ter wereld
November 23rd, 2004 · No Comments
Tags: Columns